Screening jonge sporters op verborgen hartafwijkingen heeft weinig zin

Het is altijd behoorlijk schrikken wanneer een jonge sporter plotseling overlijdt op het veld. Toch overlijden er helaas jaarlijks enkele tientallen atleten onder de 35 jaar aan een hartstilstand. Onder maar liefst 80 procent van de jonge atleten is een afwijking in de kransslagaderen en/of een hartritmestoornis de voornaamste doodsoorzaak. Kort geleden onderzochten Belgische onderzoekers van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) of het screenen van jonge atleten verborgen hartafwijkingen aan het licht brengt. Een hartcontrole zou wellicht veel levens kunnen redden.
De onderzoeksresultaten zijn bijzonder omdat ze het advies van de ‘American Heart Association’ teniet doen. Deze raadt atleten namelijk aan om een lichamelijk onderzoek te ondergaan. Ook dienen ze hun medische familiegeschiedenis kenbaar te maken. Op die manier kan er rekening worden gehouden met mogelijke erfelijke ziektes en aandoeningen. Ook de ‘European Society of Cardiology’ beveelt sporters aan om een ECG te ondergaan. Daarmee kunnen eventuele hartafwijkingen worden opgespoord. Volgens het KCE blijken deze onderzoeken echter weinig nut te hebben. Uit het onderzoek blijkt dat onder 115 sterfgevallen er slechts bij een atleet een hartafwijking werd vermoed. De andere atleten had men dus niet ontdekt, terwijl zij wel stierven aan een hartstilstand.
Screening naar hartafwijkingen
De Belgische wetenschappers verrichtten een uitgebreid literatuuronderzoek om hun onderzoeksvraag te beantwoorden. Ze richtten daarbij vooral op mannen tussen de 12 en 35 jaar. Een plotselinge hartstilstand komt in deze groep namelijk het vaakste voor. Uiteindelijk publiceerden de onderzoekers hun resultaten in het gerenommeerde British Medical Journal (BMJ). Het antwoord op de vraag of screening hartafwijkingen bij jonge atleten voorkomt is uiteindelijk met een ‘nee’ te beantwoorden.Het nut van lichamelijk onderzoek
De onderzoeksresultaten zijn bijzonder omdat ze het advies van de ‘American Heart Association’ teniet doen. Deze raadt atleten namelijk aan om een lichamelijk onderzoek te ondergaan. Ook dienen ze hun medische familiegeschiedenis kenbaar te maken. Op die manier kan er rekening worden gehouden met mogelijke erfelijke ziektes en aandoeningen. Ook de ‘European Society of Cardiology’ beveelt sporters aan om een ECG te ondergaan. Daarmee kunnen eventuele hartafwijkingen worden opgespoord. Volgens het KCE blijken deze onderzoeken echter weinig nut te hebben. Uit het onderzoek blijkt dat onder 115 sterfgevallen er slechts bij een atleet een hartafwijking werd vermoed. De andere atleten had men dus niet ontdekt, terwijl zij wel stierven aan een hartstilstand.